De dagen worden korter en het wordt weer kouder, maar dat betekent niet dat er niet meer gevaren kan worden. Juist in het najaar is het heerlijk rustig op het water, maar je moet wel met een aantal dingen rekening houden.



Zo hanteren de meeste vaarwegbeheerders voor bruggen en sluizen andere bedieningstijden dan in de zomerperiode. Voordat je de trossen losgooit, kijk even in de Wateralmanak. Daarnaast worden door de waterschappen in de winter de waterstanden verlaagd. Het zogenaamde winterpeil. Hoeveel het peil zakt is verschillend per regio. Let erop dat er vaargebieden zijn waar dit soms wel 30 cm kan verschillen, zoals bijvoorbeeld het IJsselmeergebied. Je kunt de actuele waterstanden checken via de websites van de vaarwegbeheerders. Rijkswaterstaat heeft een mooie site waar je op een kaart de actuele standen kan vinden. Ga naar waterinfo.rws.nl.

Warm gekleed

Niet alleen daalt in de winter de buitentemperatuur, maar ook die van het water. Zorg dan ook dat je goed (warm) gekleed het water op gaat. Wees voorbereid op situaties als ‘Man over Boord’ en weet hoe onderkoelingsverschijnselen eruitzien.

Door lage watertemperaturen neemt de kans op onderkoelingsverschijnselen enorm toe. Des te meer reden om ook je reddingsvest aan te hebben, ook al zijn de weersomstandigheden mooi, het water blijft koud!

In het najaar zijn de weersomstandigheden doorgaans minder stabiel dan in de zomer. Hou hier rekening mee in je reisvoorbereiding. Buien met onweer en windstoten komen meer voor. Hou ook rekening met mist. Mist komt in het najaar, zeker in de ochtenduren, veelvuldig voor. Zorg dat je met mist niet uitvaart. Op veel plaatsen in Nederland mag je met slecht zicht enkel varen met een goedgekeurde radarinstallatie en marifoon. Betonning:

Betonning die speciaal voor de recreatie- of kleine vaart is neergelegd, wordt vaak in de winter verwijderd. Of en wanneer dit gebeurt, hangt ook weer af van de vaarwegbeheerder. Ben dus niet verbaasd als je ineens een bekende recreatie vaargeul niet meer ziet liggen. Zo wordt bijvoorbeeld elke winter de recreatie betonning langs de Pollendam (Waddenzee) weg gehaald.


Bron: Varen Doe je Samen

VAARPLEZIER
begint hier!

Hoe snel mag je varen? Wat betekenen de verkeersborden op het water? Hoe passeer je veilig een brug of sluis? In Vaarplezier leggen we het je uit..

Op het binnenwater rekenen we gewoon met kilometers per uur

Hoe snel mag je eigenlijk varen?

Dit hangt van de plek af waar je vaart, maar ook van de boot. Want in Nederland gelden de maximumsnelheden op het water alleen voor gemotoriseerde vaartuigen. Zeilers en roeiers hoeven zich hier dus niet aan te houden.

Knopen of per uur

Een misvatting die je nog wel eens hoort, is dat er op het binnenwater gerekend zou worden met knopen, oftewel ‘zeemijlen per uur’. Dat is niet zo. Op het binnenwater rekenen we gewoon met kilometers per uur. Kom je dus een verkeersbord tegen dat een maximumsnelheid aangeeft (wit bord, rode rand met een groot getal (zonder andere teksten of afbeeldingen), dan is dat de maximumsnelheid in kilometers per uur.

Voor motorboten geldt een maximumsnelheid in Nederland van 20 km/u, tenzij anders aangegeven. En eerlijk is eerlijk: dat laatste is vaak het geval. 20 km/u geldt bijvoorbeeld in (veel) vaargeulen, maar daarbuiten hangt het af van het soort water waar je bent. Vaak geldt naast de vaargeul een lagere maximumsnelheid in Nederland.

Wil je sneller dan 20 km/u, omdat je bijvoorbeeld wilt waterskiën of op een waterscooter los wilt gaan, dan ben je aangewezen op de snelvaargebieden. Die zijn vaak afzonderlijk gemarkeerd met gele tonnen en daarbinnen mag je wél sneller dan 20 km/u. Je mag ook snel varen op groot open water in Nederland, denk aan IJsselmeer en Markermeer. Let op: per snelvaargebied kan er verschil zijn of je er bijvoorbeeld juist wel of niet mag waterskiën. Kan je boot sneller dan 20 km/u? Dan heb je een vaarbewijs nodig. Klik op de oranje button voor de

RONDJE LANGS WATERVERKEERSBORDEN

Net als op de weg kom je op het water allerlei borden ofwel verkeerstekens tegen. Verbodstekens, gebodstekens en borden met wat zo mooi heet een beperkingsmaatregel. Met Arjen Bergijk van Vaarplezier maken we met een sloep een rondje door de grachten van Amsterdam. Bij ieder teken dat we tegenkomen, geeft Arjen kort tekst en uitleg (zie video).


Heb je de video over betonning in het vorige Watersport Magazine gemist? Geen probleem...gewoon even op de button klikken!


This video has been disabled until you accept marketing cookies. Manage your preferences here or directly accept targeting cookies.

Varend door Nederland passeer je allerlei bruggen en sluizen. Samen met 'Varen doe je Samen' hebben we enkele tips en regels voor het vlot en veilig passeren van brug en sluis voor je op een rijtje gezet. Op niet elke brug zit een brugwachter. Een brugwachter bedient soms met behulp van camera’s op afstand verschillende bruggen. Meer daarom bij zo’n op afstand bediende brug af binnen het bereik van de camera’s. Zo kan de brugwachter zien dat er schepen zijn die de brug willen passeren. Bij het naderen van een beweegbare brug moet je de snelheid verminderen en mag je geen andere boten inhalen, tenzij de brugwachter iets anders zegt. Afmeren bij de wachtplaats mag alleen om te wachten op brugbediening. Je mag er bijvoorbeeld niet overnachten.


Zowel beroeps- als recreatieschippers moeten bij een sluis binnen een beperkte ruimte manoeuvreren. Het is zaak rekening met elkaar te houden, zodat de sluispassage op een veilige manier verloopt. Voordringen is natuurlijk altijd uit den boze, wacht op je beurt en houd je aan de regels. Foto Watersport Magazine

  • Blijf niet ronddrijven voor de brug. Meer af aan de wachtplaats.
  • Voorkom hinderlijke golfslag.
  • Sluit achteraan bij wachtende boten en wacht je beurt af.
  • Volg altijd de instructies van het bedienend personeel op.
  • Als het druk is op de weg, worden de boten verzameld en moet je even wachten.
  • Wanneer de lichten groen en rood branden, is dat het teken dat de brug spoedig opengaat. Je kunt nu al in de richting van de brug varen.
  • Vaar als de brug opengaat vlot door en laat het wegverkeer niet onnodig wachten.
  • Geef eventuele tegenliggers die door de brug varen voldoende ruimte.
  • Kies na de brug meteen weer stuurboordwal.
  • Kun je onder een gesloten brug door, ga dan onder het juiste brugdeel door en let altijd goed op tegenliggers, vooral beroepsvaart.


Bij beweegbare bruggen geven lichten aan wat de status is en welke voorrangsregels gelden. Zie bijgevoegde afbeelding met de meest voorkomende lichten bij bruggen.




  • Blijf niet ronddrijven voor de sluis. Meer af aan de wachtsteiger.
  • Voorkom hinderlijke golfslag.
  • Sluit achteraan bij wachtende boten en wacht je beurt af.
  • Volg altijd de instructies van de sluismeester of de steward op.
  • Hang aan beide zijden van je schip voldoende stootwillen.
  • Wacht voor rood licht. Vaar pas een sluis in, als dat is toegestaan.
  • Wanneer de lichten groen en rood branden, is dit het teken dat de sluis spoedig opengaat. Zorg dat je startklaar bent om de sluis in te varen.
  • Geef de scheepvaart die de kolk uitvaart de ruimte.
  • Schepen moeten de sluis invaren in volgorde van aankomst. Bij sluizen waar de beroeps- en recreatievaart samenkomen, vaart beroepsvaart het eerste de sluis in, tenzij de sluismeester anders aangeeft. Dit gebeurt omwille van veiligheid en vlotheid. Voor recreatievaart geldt: wacht met invaren totdat de beroepsvaart de trossen vast en schroeven uit heeft.


  • Vaar in de sluis zover mogelijk door naar voren en sluit goed aan. Houd wel voldoende afstand tot de beroepsvaart, de sluisdeur en waar nodig tot de waterinlaat.
  • Maak je schip met voldoende landvasten vast. Zorg dat ze niet klem komen te zitten. Vier ze tijdig bij zakkend water en haal ze tijdig aan bij stijgend water.
  • Trossen vast? Schroeven uit!
  • Luister tijdens het passeren van een sluis je marifoon uit, maar maak er niet onnodig gebruik van. Ook op een klein schip kun je je via de marifoon melden bij de sluismeester en aanwijzingen krijgen voor het schutten. Op wachtsteigers zit doorgaans een meldknop voor wie geen marifoon aan boord heeft.