Klassieker aan tweede leven begonnen

COMEBACK VAN
DE WINDSURFER

Ruim 40 jaar geleden raakte Nederland in de ban van het windsurfen. Aan het einde van de jaren zeventig had één op de drie huishoudens een surfboard. Na een aantal topjaren raakte het 'klassieke' surfen bij het grote publiek in vergetelheid, maar is het inmiddels aan een opmerkelijke comeback bezig.

This video has been disabled until you accept marketing cookies. Manage your preferences here or directly accept targeting cookies.

In 1969 waren het twee Amerikanen: Jim Drake en Hoyle Schweitzer, die het windsurfen internationaal op de kaart wisten te zetten.

Met de Windsurfer wisten zij eerst de VS aan het surfen te krijgen, om het vervolgens wereldwijd te verspreiden. In ons land was een belangrijke rol weggelegd voor Ten Cate dat eind 1972 voor de Windsurfer de licentierechten kreeg voor Europa.

Hiswa

Op de HISWA in 1973 toonde Ten Cate het eerste eigen fabricaat: oranje van kleur en voor een prijs van 1.090 gulden. Later volgde de geel gekleurde plank en tenslotte de witte. In 1973 verkocht Ten Cate circa 1.300 Windsurfers. En daar bleef het niet. De planken gingen als warme broodjes over de toonbank en allerlei fabrikanten lanceerden eigen boards.

Je hoorde er niet bij als je geen surfboard had. Het surfen werd een olympische sport en de eerste olympisch kampioen werd onze landgenoot Stephan van den Berg.


Doe-Maar effect

De tanige surfer uit Hoorn zorgde voor een Doe-Maar-effect: hij werd een idool voor hele groepen jongeren.

Zoals zo vaak met een hype, kwam aan de populariteit van het surfen ook weer een einde. Nieuwe (water)sporten werden gelanceerd, zoals het kite-surfen en suppen.

Een kleine, harde kern is altijd blijven surfen en zo ontstond op een gegeven moment het idee voor een zogenaamde Oude Deuren Cup. Een gezellig samenzijn gecombineerd met een aantal wedstrijden met allerlei soorten surfboards uit de begin jaren.


Stephan van den Berg, olympisch surfkampioen, zorgde voor een Doe-Maar-effect: hij werd een idool voor hele groepen jongeren.





Het betekende het begin van de revival van het ‘klassieke surfen’ dat inmiddels volop aan de gang is. De Windsurfer van toen is in een nieuw jasje gestoken. Een stukje lichter, moderner en geproduceerd door Cobra International dat de boards bouwt voor diverse gerenommeerde surfmerken zoals Starboard, Exocet, 99 Int en sinds kort ook Mistral. Eenvoud, spectaculair en betaalbaar zijn de kernmerken van de nieuwe Windsurfer LT waarvan de prijs rond de 1300 euro ligt.

En het is een succes. Tijdens het wereldkampioenschap op het Gardameer deden afgelopen zomer ruim 100 surfers mee en tijdens het Europees kampioenschap dat in Hoorn is gehouden waren er bijna 120.

Onder de deelnemers opmerkelijk veel surfers uit een grijs verleden, zoals Stephan van den Berg, maar ook veel jongeren. En er is meer goed nieuws, want de Windsurfer LT is genomineerd voor de Olympische Spelen in 2024 in Parijs.

De windsurfer is back!


Jachtarchitect Germán Frers

Met de Swan 48, een performance-cruiser, heeft de beroemde jachtarchitect Germán Frers nu 785 door hem ontworpen boten op zijn naam staan. Aan stoppen wil de 77-jarige Argentijn nog niet denken. ''Zo lang ik het leuk vind, ga ik door,'' vertelt hij tijdens een exclusief interview dat Watersport-Magazine in Finland met hem had.


Het gesprek vindt plaats aan boord van zijn nieuwste ontwerp, de Swan 48. Frers is de vierde uit een generatie jachtontwerpers met de naam Germán Frers. De dynastie zet zich voort in zijn zoon Germán, die het ontwerpbureau runt en vervolgens met kleinzoon Germán. Deze zesde generatie studeert Naval Architecture in Engeland.

Succesvol jachtontwerp

De charmante Frers groeide op in Ushuaia, de zuidelijkste stad van Argentinië en zelfs van de aardbol, vlak bij de beruchte Kaap Hoorn. Zijn vader nam hem mee naar zee, op vissersboten en zeilboten en leerde hem de beginselen van het jachtontwerpen. Varen rond de punt van Zuid-Amerika is vanwege de vaak bittere weersomstandigheden moeilijk.

Daarom is Frers gewend boten te ontwerpen die het zwaarste weer kunnen doorstaan.

Als je vertelt dat je uit Nederland komt begint Frers onmiddellijk over Connie van Rietschoten, voor wie hij in 1980 de Flyer II ontwierp. Van Rietschoten won met dit jacht de Whitbread Round the World Race, de voorloper van wat later Volvo Ocean Race zou gaan heten.

Narigheid

“Ik kende hem goed, we werkten prettig samen. Hij was een goeie manager, zette een professioneel zeilteam op zijn boot in een tijd dat zeilen vooral een 'vriendending' was. Destijds zaten we met Argentinië midden in de Falkland-oorlog. Het was goed dat van Rietschoten’s succes ons destijds een beetje van de narigheid afleidde.”

Frers is huisontwerper van onder andere Hallberg Rassy en Swan, werven aan de andere kant van de aardbol. Dat komt volgens Frers door de overeenkomsten tussen Argentijnen en Scandinaviërs. ''Ze zijn allebei gewend om met de nukken van de natuur om te gaan en hebben een passie voor een mooi, degelijk ontwerp.''

Voor de nieuwe Swan 48 maakte Frers opnieuw alle tekeningen. Het is een modern jacht, maar met een

klassieke indeling en tijdloze snelle uitstraling. Mensen van de werf noemen Frer’s boten vrouwelijk. Daarmee doelen ze op eigenschappen als elegant, subtiel, met fraaie details en lekker om te varen. Dit in tegenstelling tot de ClubSwan Racers, die vooral mannelijk, hoekig, agressief en stoer zijn. Voor het ontwerp van de Swan 48 kreeg Frers een dikke stapel met eisen en wensen van de werf mee.

Mensen van de werf noemen Frer’s boten vrouwelijk.

“Het zijn de klanten die uiteindelijk het belangrijkst zijn voor de vernieuwing van boten.”

“Je moet of helemaal vrij zijn in je ontwerp, of een boot ontwerpen waarvan de meeste zaken al nauwkeurig gespecificeerd zijn. Een tussenweg is er niet, dan krijg je problemen. Het zijn de klanten die uiteindelijk het belangrijkst zijn voor de vernieuwing van boten. Ze willen altijd meer, vooral snelheid, ruimte en veiligheid. Daardoor stellen ze steeds specifiekere eisen. Aan ons architecten de taak om nieuwe oplossingen te bedenken.''

De beste boot

''De Swan 48 is een betere boot dan alle voorgaande, omdat de laatste inzichten en materialen erin zijn verwerkt. We weten steeds beter hoe we een boot snel kunnen maken, hoe we ze ruimer, comfortabeler en veiliger krijgen. Als je dat samenvoegt, krijg je de beste boot. Het is altijd fijn als je in de praktijk merkt dat een boot oplevert wat je op papier hebt bedacht, maar met deze 48 had ik daar vooraf al helemaal geen twijfels over. Toch zal mijn volgende boot waarschijnlijk weer mijn beste zijn.''

''De toekomst? Daarvoor moet je naar zo’n vrouw met een glazen bol. Ik kan niet over de heuvel kijken, weet ook niet wat er nu weer voor nieuwe materialen en technieken worden ontdekt. Ik had nooit de komst van Carbon (koolstofvezel) of kantelkielen kunnen voorspellen. Maar als er nieuwe ontwikkelingen zijn, proberen we ze uit en als ze bevallen, passen we ze toe. Kantelkielen en foilen zijn niet interessant voor gewone zeilers. Te duur, te ingewikkeld, alleen geschikt voor echt grote en atletische boten. Zelf zeil ik graag met klassiekers. Mijn favoriet is een boot uit 1943. Racen met klassiekers wordt populair. Het is uitdagend maar ook voor wat bedaardere zeilers goed te doen. Nieuw is bijna altijd beter, maar niet altijd leuker.”